SCHOMMELSCHUITJE.

Zonne lacht op 't ruitje.
Vader zeilt in zee.
Schommel, schamel schuitje,
Wiegel, wiegje, me.
Schuitje zonder mast of touw,
Voer mijn kind naar vader... Douw -
Douw.

Verre ver gevaren,
Waar hij, voor ons brood,
Op de donkre baren
Kampt met nood en dood!
Moeder zal, vol troost en trouw,
Staan vr kind en vader... Douw -
Douw.

Wolkt de lucht, en krijschen
Meeuwen om den top,
Engelvleugels hijschen
Wij tot zeilen op.
Arm der armen, Lieve-Vrouw,
Zegen kind en vader... Douw -
Douw.



143 Gedichten, Amsterdam (S.L. Van Looy) 1907, 224 p.
153 Gedichten, tweede vermeerderde druk, Amsterdam 1911, 242 p.
206 Gedichten, derde vermeerderde druk, Amsterdam 1918, 305 p.