DE STEM DER GEKRUISTEN.

De stem der gekruisten wordt nimmer gedoofd.
Grootheilig de Priester die leert en gelooft,
Die zijn zegen niet bant in het ruim van een kerk,
En bouwt op Gods woord hoogmenschelijk werk!
Hij hoort tot zijn volk als de pols tot het hart,
Voelt diepst zijn ellende en wijdt zijn smart.
Een balsem en sterkte stort zijn be
En hij breekt zijn ziel als een hostie me.
Ontwijkend de zalen waar weelde rumoert,
Bereikt hij den zwerver, en, voorman, voert
Hem aan op zijn broodtocht: Machtigen, hoort,
Hoe de kreet van den honger uw tafelen stoort.
Neemt weg uw offranden; de arme en God
Begeeren geen giften van overschot.
Den tempel uit, gij die huichelt en steelt!
Uw schaal gaat omhoog en uw rijk wordt verdeeld.



72 Toortsen, Amsterdam (S.L.Van Looy) 1909, 92p.