Nieuwe pagina 0

OP 'T GERUISCH DER BOOMEN

Op 't geruisch der boomen
volg ik den wind, die vaart
naar 't land van mijne droomen,
waar de torens staan gepaard.

Op 't geruisch der boomen
laat ik mijn harte gaan.
Ik zie de Schelde stroomen
en de daken donker staan.

Ach, wanneer zal komen
die mijn liefde nooit vergeet?
Op 't geruisch der boomen
schreit mijn arme leed.



168 Het boek der liefde, Amsterdam (J.M. Meulenhoff) 1921, 269 p.