Nieuwe pagina 0

MIJN EIGEN, MIJN INNIG EIGEN

Mijn eigen, mijn innig eigen!
Zie toe, hoe zij de wereld tart!
Hoor ik het nog hoe donders dreigen?
Haar hoofd ligt op mijn hart.
Om hare liefde regenen de wateren,
klaart de nacht met zoet geruisch.
Waar zijn ze nu, mijn hateren?
De sterren glinsteren om mijn huis.



235 Het boek der liefde, Amsterdam (J.M. Meulenhoff) 1921, 269 p.